In verband met de beperking van de fiscale grenzen voor de pensioenopbouw per 1 januari 2015 zullen naar alle waarschijnlijkheid veel pensioenregelingen, ondergebracht bij verzekeraars, gewijzigd moeten worden.

Het komt regelmatig voor dat de wijziging van de pensioenregeling samenvalt met het einde van de termijn van het huidige verzekeringscontract per 31 december 2014.

Naast de wijziging van de pensioenregeling zal de werkgever tegelijkertijd op zoek moeten gaan naar een nieuwe pensioenuitvoerder.

Geen wijziging pensioenregeling per 1 januari 2015

Wat zijn de consequenties,  als het de werkgever niet lukt om de vanwege de fiscaal  noodzakelijke wijziging per 1/1/2015 door te laten voeren?

In dat geval valt de pensioenregeling hoogstwaarschijnlijk niet meer binnen de toegestane fiscale kaders.  Voor de werknemer betekent de pensioenregeling, die niet langer binnen de toegestane fiscale grenzen blijft, dat:

  • de waarde van de gehele pensioenaanspraak (dus ook de tot 1 januari 2015 opgebouwde pensioenaanspraak)  tot het loon van de werknemer gerekend wordt en belast  zal worden tegen max 52%;
  • er daarnaast een revisierente verschuldigd  is van 20% over de waarde van de gehele pensioenaanspraak;
  • de waarde van de pensioenaanspraak vervolgens belast wordt in box 3.

 Einde contract en geen nieuwe pensioenuitvoerder:

Wat zijn de consequenties, als het de werkgever niet lukt om per 1 januari 2015 een nieuwe pensioenuitvoerder te vinden?

Daar de werkgever de contractspartij en verzekeringsnemer is betekent het ontbreken van een nieuwe pensioenuitvoerder bij einde van de contractstermijn dat de werkgever in strijd handelt met de zogeheten “onderbrengingsplicht” van art. 23 van de Pensioenwet.

Er is in dat geval dan sprake van eigen beheer.  Het Hof Den Bosch heeft op 4 maart 2014 een uitspraak gedaan over een pensioenregeling die op een later tijdstip door de werkgever is ondergebracht bij de verzekeraar. Door de late onderbrenging van de pensioenregeling heeft de werknemers geen recht op premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid en lijdt hij schade doordat hij niet vanaf indiensttreding aanspraak kon maken op pensioen, in dit geval premievrije opbouw van het ouderdomspensioen.

Het Hof oordeelt in dat arrest dat er een toerekenbare tekortkoming door de werkgever in de nakoming van de pensioenovereenkomst is en dat de werkgever aansprakelijk is voor de daaruit vloeiende schade.

Daar artikel 23 van Pensioenwet spreekt van de verplichting om de pensioenovereenkomst “onmiddellijk” onder te brengen bij een pensioenuitvoerder, dienen pensioenovereenkomst én uitvoeringsovereenkomst (pensioencontract) derhalve éen op éen te zijn en op elkaar aan te sluiten.

De verplichting tot onmiddellijke onderbrenging van de pensioenovereenkomst geldt bovendien vanaf het moment dat de werknemer de pensioenaanspraken “verwerft”.

Verwerven heeft in de Pensioenwet een ruime betekenis en ziet ook toe op pensioenaanspraken op risicobasis. Zo kan bij een zogeheten “voorportaalregeling”  de deelnemer nog geen ouderdomspensioen opbouwen, maar hij kan wel bijvoorbeeld  partnerpensioen of arbeidsongeschiktheidspensioen op risicobasis verwerven.