In het arrest van Hof Den Bosch van 4 maart 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:596) is een werkgever veroordeeld tot het betalen van de schade die zijn werknemer lijdt, omdat de werknemer niet in aanmerking komt voor een premievrije voortzetting van zijn pensioenopbouw na ingetreden arbeidsongeschiktheid.

Casus: werkgever zegt werknemer pensioen toe bij zijn indiensttreding, 1 september 2006. De werkgever heeft echter verzuimd de pensioenovereenkomst onmiddellijk uit te laten voeren door een verzekeraar. De pensioentoezegging is immers pas 1 februari 2007 ondergebracht bij de verzekeraar.

De werknemer wordt 27 september 2007 arbeidsongeschikt, en ontvangt 2 jaar later een WIA-uitkering. Doordat de pensioenovereenkomst niet onmiddellijk is ondergebracht bij of uitgevoerd door de verzekeraar, heeft de werknemer geen recht op een premievrije voortzetting* van zijn pensioen wegens arbeidsongeschiktheid.  De werknemer lijdt hierdoor schade, te meer ook omdat hij niet vanaf zijn indiensttreding (1 september 2006) kon deelnemen aan de pensioenregeling, maar eerst vanaf 1 februari 2007.

* Een premievrije voortzetting betekent dat de pensioenopbouw wordt voortgezet tijdens arbeidsongeschiktheid, zonder dat de werknemer hiervoor premies betaalt.

Het Hof Den Bosch acht dat hier sprake is van een toerekenbare tekortkoming in nakoming van de pensioenovereenkomst en stelt de werkgever aansprakelijk voor de schade, die begroot is op € 47.786,02; het Hof verplicht daarom de werkgever  voornoemd bedrag af te storten bij de verzekeraar die de pensioenregeling uitvoert.

Juridische grondslag:

Art. 23, lid 1 van de Pensioenwet verplicht werkgevers pensioenovereenkomsten onder te brengen door onmiddellijk een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst te sluiten met een pensioenuitvoerder (bijv. verzekeraar).

Art 21 van de Pensioenwet verplicht werkgevers ervoor zorg te dragen (zorgplicht) dat de werknemer binnen 3 maanden na de start van pensioenaanspraken door de pensioenuitvoerder (b.v. verzekeraar) wordt geïnformeerd.

Let op:

Volgens de Pensioenwet is het begrip “verwerving”ruimer dan opbouwen van pensioenaanspraken. Zo kan de verwerving van pensioenaanspraken  doorlopen, ook nádat de dienstbetrekking is beëindigd. Een gewezen werknemer of ex-werknemer kan recht doen gelden op een premievrije voortzetting van de pensioenopbouw tijdens arbeidsongeschiktheid. Hij is dan in dat geval wèl deelnemer aan de pensioenregeling, maar géén werknemer.

Daarnaast kan er sprake zijn van verwerving, vóórdat de werknemer als deelnemer kan worden aangemerkt van de pensioenregeling (denk hierbij aan de zogenaamde “voorportaalregeling”).