Werknemers zijn voor hun financiële planning bij ouderdom, overlijden en arbeidsongeschiktheid mede afhankelijk van de pensioenopgave of pensioeninformatie van hun pensioenuitvoerder (pensioenfonds, verzekeraar, premiepensioeninstelling of IORP).

De pensioenopgave, in het jargon ook wel genoemd “het Uniforme Pensioen Overzicht (UPO)”, bevat informatie over  opgebouwde pensioenaanspraken, de te bereiken pensioenaanspraken, de toeslagverlening (indexatie) en de waardeaangroei in het voorafgaande kalenderjaar.

Een deelnemer moet daarom kunnen vertrouwen op de juistheid van de gegevens en bedragen die vermeld staan op het pensioenoverzicht, het UPO dus.

De vraag doet zich voor of een deelnemer rechten kan ontlenen aan het UPO, indien blijkt dat de in het UPO opgenomen informatie onjuist is dan wel niet volledig juist? kan de deelnemer in dit geval een beroep doen op het vertrouwensbeginsel ex art 3: 35 BW. En mag een pensioenuitvoerder (bijvoorbeeld pensioenfonds of verzekeraar) zich dan vrijwaren van de gevolgen van onjuiste informatie, bijvoorbeeld door in die informatie een disclaimer op te nemen?

Wat zijn, kortom, de rechtsgevolgen van onjuiste pensioeninformatie  (UPO) voor de werknemer enerzijds en voor de pensioenuitvoerder anderzijds?

Volgens de Autoriteit Financiele Markten is een disclaimer die stelt dat aan het UPO geen rechten kan worden ontleend, niet toegestaan.

Rechterlijke uitspraken over de rechtsgevolgen van het UPO zijn echter weinig eenduidig.

Zo zijn er rechterlijke uitspraken die concludeerden dat een deelnemer geen rechten kan ontlenen aan het onjuiste of niet volledig juiste UPO. Het Gerechtshof Den Bosch oordeelde op 26 augustus 2014 bijvoorbeeld, dat het pensioenreglement bepalend is en niet het UPO voor de hoogte van de pensioenaanspraak of -uitkering. Een beroep op gerechtvaardigd vertrouwen ex art. 3:35 BW kan pas slagen en heeft eerst rechtsgevolg, indien gerechtvaardigd is vertrouwd op een rechtshandeling. Het UPO is echter, aldus het Hof, niet gericht op een rechtshandeling. De pensioenuitvoerder voert slechts de afspraken uit tussen de werkgever en werknemer welke zijn neergelegd in de pensioenovereenkomst resp. pensioenreglement. Het UPO is slechts informatief van aard en is derhalve geen rechtshandeling. De contractuele basis voor pensioenaanspraken en -uitkeringen is de pensioenovereenkomst of pensioenreglement. Het Hof zegt in feite, dat het pensioenoverzicht slechts een feitelijke mededeling is die niet leidt tot contractuele verplichtingen. Pensioenoverzicht is geen rechtshandeling die beschermd moet worden in de zin van art. 3:35BW. Het Hof gaat hierbij kennelijk uit van de driehoeksverhouding die zo karakteristiek is aan pensioen.

Betekent het nu dat een pensioenuitvoerder dan straffeloos dergelijke onjuiste mededelingen kan doen?

Nee, want er zijn andere rechtsgronden op basis waarvan onjuiste informatie kan leiden tot afdwingbare rechten van de deelnemer. Zo kan het handelen in strijd met een wettelijke informatieplicht een onrechtmatige daad opleveren. De deelnemer heeft dan recht op schadevergoeding, indien hij schade heeft geleden en die schade  veroorzaakt is door het niet nakomen van de wettelijke informatieplicht (causaal verband). Er moet dus sprake zijn van  schuld, schade en causaal verband tussen schuld en schade.

Een onjuiste mededeling zou bijvoorbeeld  tot schade kunnen leiden, als de deelnemer een onherroepelijke keuze maakt op basis van de onjuiste informatie, terwijl hij gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de juistheid daarvan. Voorbeelden van onherroepelijke keuze: aangaan van financiële verplichtingen, niet sluiten van een aanvullende oudedagsvoorziening of het beëeindigen van de arbeidsovereenkomst.

Tot slot het doen van een onjuiste mededeling schept geen verplichting om de fout te blijven continueren. Fouten mogen in beginsel worden hersteld, zeker als die fout geen schade tot gevolg had. Fouten mogen ook worden hersteld, tenzij er bij de begunstigde sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen dat de informatie juist was. Daarbij wordt een objectieve toets gehanteerd: wat had de deelnemer kunnen of moeten begrijpen? bovendien zijn de omstandigheden van het geval  uitermate relevant voor het uiteindelijke oordeel van de rechter.

De Pensioenwet verplicht de pensioenuitvoerder een pensioenreglement op te stellen dat in overeenstemming is met de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst. Omdat pensioenreglement de basis is voor pensioenaanspraken of -uitkeringen, is het essentieel dat het pensioenreglement getoetst wordt op de juridische houdbaarheid. Hier ligt een mooie taak voor pensioenadviseurs.