IB- ondernemers, zoals ZZP’ers,  kunnen op verschillende manieren aan hun oudedagsvoorziening werken, die al dan niet fiscaal is gefacilieerd.

Zo kunnen zij door gebruik te maken van de zogenaamde “jaar- en reserveringsruimte” een lijfrente bij een verzekeraar afsluiten of banksparen bij een bank. Ook kan de ondernemer een lijfrente bedingen over de winst die vrijkomt bij de verkoop van de onderneming (de zogeheten “stakingswinstlijfrente”). Bedenk wel dat banksparen een ander product is dan lijfrente als verzekeringsproduct.

IB-ondernemers kunnen daarnaast gebruik maken van de Fiscale Oudedags Reserve (FOR). Een bepaald percentage van de winst kan in de boeken worden weggezet als pensioenreserve. Over die pensioenreserve wordt geen inkomstenbelasting betaald. FOR is feitelijk een uitgestelde belasting en eigenlijk meer een fiscale aftrekpost dan een oudedagsvoorziening. Op het moment dat de ondernemer met pensioen gaat, moet hij afrekenen met de fiscus. (let op: als de onderneming voortijdig wordt beëindigd of indien niet meer voldaan wordt aan het urencriterium, zal ook fiscaal worden afgerekend).

Soms kan een ondernemer, als ex-werknemer, op vrijwillige basis nog een tijd pensioen opbouwen in de pensioenregeling van de voormalige werkgever. De pensioenpremie voor deze vrijwillige voortzetting is maximaal 10 jaar na uitdiensttreding aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. De pensioenregeling moet deze mogelijkheid wel bieden.

De IB-ondernemer kan op grond van het beroep dat hij uitoefent verplicht zijn om deel te nemen aan een beroepspensioenregeling (denk aan notarissen, huisartsen of fysiotherapeuten).

In een aantal gevallen kan de regeling van een verplichtgesteld bedrijfstakpensioenfonds van toepassing zijn op zelfstandige ondernemers. Het gaat hier om de bedrijfstakken Bouw en Schilders.

Ondernemers kunnen ten slotte gewoon geld zetten op een spaarrekening, zelf beleggen of geld in een beleggingsfonds stoppen zonder gebruik te maken van de fiscale faciliëring.

Aan elke vorm van oudedagsvoorziening kunnen voor- en nadelen kleven. Welke oudedagsvoorziening voor de ondernemer het meest interessant is, is afhankelijk van diens specifieke situatie, zowel in de privé-sfeer als in de financiële sfeer. Daarnaast is vergelijken van verschillende producten en aanbieders van belang. In het algemeen geldt dat hoe eerder men begint met het vormen van een oudedagsvoorziening, hoe meer zij tijd heeft om te renderen en hoe meer zij het doelvermogen benadert. Laat u zich daarom goed adviseren door ons.

Tot slot nog dit: in de media is veel gesproken over ZZP-pensioen en ZZP-pensioenfonds. Dit is een onjuiste duiding. De term pensioen is immers gereserveerd voor werknemerspensioen,  een aanvullende voorziening op de AOW. Op pensioen is de bescherming van de Pensioenwet van toepassing. Werknemerspensioen is een arbeidsvoorwaarde, een toezegging van de werkgever aan de werknemer. ZZP-pensioen daarentegen is geen arbeidsvoorwaarde en is een spaarvoorziening die fiscaal gefacilieerd wordt.

Evenmin is degene die het ZZP-pensioen uitvoert een pensioenfonds. Pensioenfondsen mogen immers slechts pensioenvormen aanbieden en uitvoeren als onderdeel van arbeidsvoorwaarde.