Het salaris waarover pensioen wordt opgebouwd, wordt vanaf 1 januari 2015 beperkt tot € 100.000. Dit fenomeen heet in de wandelgangen “aftopping pensioengevend salaris”.

Door de aftopping van het pensioengevend salaris zullen veel pensioenregelingen waarschijnlijk  op 1 januari 2015 moeten worden aangepast, opdat zij binnen de fiscale grenzen (fiscaal zuiver) kunnen blijven. Als zij niet tijdig worden aangepast, dan is het mogelijk dat de pensioenregeling niet langer binnen de fiscale grenzen blijft en dus fiscaal bovenmatig (fiscaal onzuiver) wordt. Voor fiscaal bovenmatige pensioenregelingen geldt dan de omkeerregel niet. De gevolgen van fiscaal bovenmatig pensioen zijn niet gering. Kort samengevat betekent fiscaal bovenmatig pensioen voor de werknemer dat:

– de waarde van de gehele pensioenaanspraak tot het loon van de werknemers wordt gerekend en daarom belast wordt tegen max. 52%;

– een revisierente van 20% verschuldigd zal zijn over de waarde van de gehele pensioenaanspraak;

– de waarde van de totale aanspraak tot de heffingsgrondslag in Box 3 behoort en daarmee als vermogen wordt aangemerkt.

Gewijzigde fiscale regels wijzigen niet automatisch de pensioenafspraken tussen werkgever en werknemer (civiele pensioenregeling). Aangezien pensioen een arbeidsvoorwaarde is, komt het wijzigen van een pensioenregeling neer op het wijzigen van een arbeidsvoorwaarde. Daarvoor is in beginsel instemming van de individuele werknemer vereist.

Indien het niet mogelijk is om de pensioenregeling vóór 1 januari 2015 aan te passen, is splitsing van de pensioenregeling in een fiscaal zuiver deel en die in een fiscaal onzuiver deel ook een optie.Splitsing op grond van art. 18 lid 3 wet op de loonbelasting is alleen mogelijk, indien daartoe vooraf een verzoek wordt ingediend bij de belastinginspecteur.

Voor werknemers die boven € 100.000 verdienen en per 1 januari 2015 over het meerdere geen pensioen meer opbouwen, rijst de vraag of hun werkgevers compensatieplichtig zijn. Strikt genomen bestaat er arbeidsrechtelijk gezien geen wettelijke verplichting tot compensatie. In de rechtspraak geldt echter in beginsel de hoofdregel dat de premievrijval aan de werknemer ten goede dient te komen.

Om de inkomens boven € 100.000 enigszins tegemoet te komen is er door de wetgever  een nieuwe faciliteit geïntroduceerd, de zogeheten “netto sparen”. Netto sparen kan op 2 manieren, namelijk als netto lijfrente en netto pensioen. De werknemer is niet verplicht aan deze nieuwe faciliteit deel te nemen. Voor het netto gespaarde lijfrente/pensioenbedrag is een box 3 vrijstelling van toepassing. De netto lijfrente-/pensioenuitkeringen zijn vervolgens  onbelast.

Jammer genoeg is de wetgeving rondom netto lijfrente en netto pensioen, als onderdeel van Verzamelwet pensioenen 2014, nog niet afgerond. Toch is het goed om reeds nu te beginnen met het wijzigingstraject en de compensatiemogelijkheden te verkennen. Bedenk daarbij ook dat de Pensioenwet vereist dat de werkgever de werknemer informeert over de wijziging van de pensioenregeling.

Netto pensioen of netto lijfrente is slechts een van mogelijkheden om het gemis aan pensioenopbouw voor werknemers met salarissen boven € 100.000 te compenseren. Denk ook aan de compensatie van salarisverhoging (al dan niet structureel), de faciliteit van collectieve overlijdensverzekering en netto sparen in box 3. Zie hier de gemeenschappelijke kenmerken en de verschillen tussen netto lijfrente en netto pensioen.

Laat u zich als werkgever/werknemer daarom goed adviseren over de  verschillende compensatiemogelijkheden.