Veel ondernemingen overwegen,  als gevolg van de pensioenversobering in het kader van Witteveen 2015,  een compensatie in de vorm van een extra loon te geven aan werknemers die geen fiscaal gefacilieerd pensioen meer  kunnen opbouwen boven het salaris van € 100.000,00.

Ondernemingsraden hebben volgens de Wet op de Ondernemingsraden (WOR) instemmingsrecht als het gaat om vaststelling, wijziging of intrekking van een pensioenregeling die door een verzekeraar is uitgevoerd.

Het verlenen van een compensatie in de vorm van een extra loon is echter niet instemmingsplichtig. Hierbij gaat het immers niet om een pensioenregeling, maar om een beloning, een primaire arbeidsvoorwaarde derhalve. De wetgever is ervan uitgegaan dat het instemmingsrecht zich niet uitstrekt tot primaire arbeidsvoorwaarden. Pensioen is echter een secundaire arbeidsvoorwaarde (HR 24 januari 2014, ECLI:NL:HR:159).

De ondernemingsraad is weliswaar instemmingsbevoegd bij vaststelling, wijziging, of intrekking van een beloningssysteem; compensatie in de vorm van loonsverhoging is evenwel geen wijziging noch intrekking van het beloningssysteem.

Ook het aanbieden van een netto lijfrente als compensatie is niet instemmingsplichtig. Een netto lijfrente, in tegenstelling tot collectief pensioen, valt namelijk onder de derde pijler en is derhalve geen pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Ondernemingsraden hebben evenmin instemmingsrecht bij wijziging van een pensioenregeling, die uitgevoerd is door het ondernemingspensioenfonds.