DNB heeft aangekondigd in 2015  een onderzoek te zullen doen bij verplichte pensioenfondsen in bedrijfstakken, waar sprake is van veel kleine werkgevers of een snel wisselend personeelsbestand. Deze werkgevers zouden mogelijk onder de werkingssfeer vallen van die fondsen, terwijl zij ten onrechte bij die fondsen niet aangesloten zijn.

Die fondsen lopen volgens DNB het meeste risico dat de werknemers toch aanspraak maken op pensioenaanspraken of -uitkeringen, ondanks het feit dat voor die werknemers nooit premie is afgedragen door hun werknemers.

Voor werkgevers en daarmee hun werknemers  die vallen onder de werkingssfeer van het verplichtgestelde bedrijfstakpensioenfonds geldt immers het adagium: “geen premie, wel pensioen”.

Voor deze werknemers betekent dit dat  hun aanspraak op pensioen niet afhankelijk is van de vraag of hun werkgever zich bij het pensioenfonds heeft aangemeld en premie heeft betaald. Hun aanspraak op pensioen vloeit immers rechtstreeks voort uit de Wet verplichte deelname bij bedrijfstakpensioenfondsen (Wet Bpf).

Die werkgevers lopen vervolgens het risico dat de pensioenfondsen met terugwerkende kracht de pensioenpremies zullen vorderen.

DNB zal daarom bij een tiental bedrijfstakpensioenfondsen onderzoeken welke maatregelen ze hebben genomen om het risico op geen dan wel onvolledige aansluiting van werkgevers te beheersen.