In het arrest van Hof ‘s-Hertogenbosch van 1 juli 2014 (ECLI:NL:GHSHE: 2014:1991) heeft eiser (executant) beslag gelegd op het ouderdomspensioen van een gewezen deelnemer.

Het pensioenreglement  regelt dat het ouderdomspensioen op 65-jarige leeftijd tot uitkering komt, tenzij de gewezen deelnemer ervoor kiest zijn pensioen eerder te laten ingaan.

De gewezen deelnemer is nog geen 65 jaar en kiest er niet voor zijn ouderdomspensioen eerder in te laten gaan. Eiser is van mening dat hij vanwege het executoriaal beslag de keuze om het ouderdomspensioen eerder in te laten gaan namens de gewezen deelnemer mag maken. De pensioenuitvoerder weigert hieraan mee te werken. Eiser dagvaardt vervolgens de pensioenuitvoerder.

Het Hof wijst de vorderingen van de eiser af.

Het Hof: de Pensioenwet heeft tot doel bescherming te geven. In lijn hiermee is het in de Pensioenwet het afkoopverbod opgenomen. Hieruit volgt dat pensioenaanspraken een hoogstpersoonlijk recht van de deelnemer betreffen. Dit brengt met zich dat pensioenaanspraken zo nauw de persoon van de gerechtigde raken, dat uitsluitend aan hem het oordeel behoort te verblijven of en in hoeverre hij daarvan gebruik zal maken of daarover zal beschikken.

Het wilsrecht van de gewezen deelnemer om zijn ouderdomspensioen eerder in te laten gaan dan op 65-jarige leeftijd is een hoogstpersoonlijk recht, dat enkel aan de gewezen deelnemer toekomt, welk recht niet in het kader van een executoriaal derdenbeslag kan worden uitgeoefend.