Art. 18a, zesde lid,  Wet op de loonbelasting 1964 gaat er van uit dat het ouderdomspensioen ingaat bij het bereiken van 67-jarige leeftijd, op de dag van de verjaardag. Een lagere pensioenrichtleeftijd is weliswaar toegestaan, maar de opbouwpercentages moeten dan wel worden verlaagd. De Belastingdienst heeft dit gepubliceerd in Vraag & Antwoord (14-008 d.d. 230115).

Veel pensioenregelingen kennen de pensioeningangsdatum echter doorgaans de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 67 jaar wordt, in combinatie met een maximaal opbouwpercentage van 1,875% (middelloon) of 1,657% (eindloon). De pensioeningangsdatum is in die pensioenregelingen strikt genomen dus lager dan de fiscale pensioenrichtleeftijd als bedoeld in art. 18a, zesde lid, Wet op de loonbelasting 1964.

Die pensioenregelingen zullen daarom moeten worden aangepast; de voor die regelingen geldende maximale opbouwpercentages zullen actuarieel herrekend  moeten worden ten opzichte van de fiscale pensioenrichtleeftijd. Zo geldt volgens de publicatie van de Belastingdienst een maximaal opbouwpercentage van 1,863% in het middelloon bij een pensioenleeftijd van 66 11/12 jaar  en niet 1,875%. En bij het eindloonstelsel geldt een maximaal opbouwpercentage van 1,646% bij een pensioenleeftijd van 66 11/12 jaar, en niet 1,657%. De Belastingdienst is namelijk van mening dat in die gevallen sprake is van “vervroeging van pensioen”, omdat de pensioeningangsdatum niet op de verjaardag van het 67ste jaar valt.

Naar aanleiding van Kamervragen hierover heeft de Staatssecretaris Wiebes op 24 februari 2015 laten weten het goed te keuren dat de actuariële herrekening voor een periode van 2 jaar achterwege wordt gelaten om partijen de gelegenheid te geven de pensioenregeling en de systemen en administratie van pensioenuitvoerders aan te passen.

Pensioenuitvoerders en werkgevers hebben hierdoor 2 jaar uitstel om de pensioenregeling aan te passen, d.w.z. de actuariële herrekening door te voeren. Uiteraard is dit laatste slechts relevant als de huidige pensioenregeling een pensioeningangsdatum kent van de eerste dag van de maand waarin de deelnemer 67 jaar wordt. Fiscaal bezien is er immers sprake van vervroeging van het pensioen.

De aanpassing van de pensioenregeling betekent ook dat OR opnieuw moet instemmen, ten minste voor zover de regeling door de verzekeraar wordt uitgevoerd.