Bijzonder partnerpensioen is het opgebouwde partnerpensioen waarop een gewezen of ex-partner een wettelijk recht heeft na een scheiding of einde geregistreerd partnerschap. Ook bij beëindiging van ongehuwd samenwonen kan er sprake zijn van een aanspraak op bijzonder partnerpensioen.

Bij de vaststelling van partnerpensioen voor een nieuwe partner van de deelnemer wordt rekening gehouden met het bijzonder partnerpensioen. Overlijdt de gewezen of ex- partner, dan gaat het bijzonder partnerpensioen niet naar de nieuwe partner, maar valt vrij ten gunste van de pensioenuitvoerder. De gewezen partner kan daarnaast –  nu al –  het bijzonder partnerpensioen ook laten overgaan naar een nieuwe partner; de ex partner doet in dat geval afstand van de aanspraak op bijzonder partnerpensioen – de zogeheten “vervreemding”.

Met ingang van 1 januari 2015 bestaat echter  de wettelijke mogelijkheid om het bijzonder partnerpensioen terug te laten vloeien naar de deelnemer resp. nieuwe partner, op het moment dat de gewezen of ex – partner overlijdt (vooroverlijden van de ex-partner).

Deze mogelijkheid moet wel zijn opgenomen in de pensioenovereenkomst. Deze mogelijkheid is thans wettelijk geregeld in artikel 57 lid 6 van de Pensioenwet. Met deze nieuwe bepaling kunnen sociale partners het partnerpensioen dus terug laten vloeien naar de deelnemer resp. nieuwe partner van de deelnemer.

Let op: als de gewezen of ex-partner van een “gepensioneerde” overlijdt, vervalt het bijzonder partnerpensioen echter nog steeds aan de pensioenuitvoerder. Dit komt, omdat de aanspraken op ouderdomspensioen en bijzonder partnerpensioen  bij pensionering worden vastgesteld, nadat er evt. gebruik is gemaakt van uitruilmogelijkheden.